Voor deze jongeren kun je nog echt verschil maken

Voor deze jongeren kun je nog echt verschil maken

Joreen Klontje heeft plezier in haar werk. Ze werkt als sociotherapeut bij de Bascule, een academisch centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie in Amsterdam. Deze instelling biedt hulp aan kinderen, jongeren en hun ouders of verzorgers, wanneer er sprake is van complexe psychiatrische problemen. Atlantis, de groep waar Joreen als sociotherapeut werkt, is een dagbehandelingsgroep voor jongeren tussen de 12 en 18 jaar die een psychose hebben doorgemaakt of worstelen met een autisme spectrum stoornis.

Een dag op Atlantis begint om 08.15 uur wanneer de jongeren binnenkomen en duurt tot 15.15 uur. Om half negen is de dagopening. Sociotherapeuten en jongeren zitten dan rond de tafel om met elkaar van gedachten te wisselen. We vragen bijvoorbeeld hoe we iemand kunnen helpen die slecht heeft geslapen, of als thuis de avond niet lekker is verlopen.

Joreen: ‘Je stelt kleine doelen met elkaar op. Het geeft voldoening als iemand die de dag niet goed is begonnen, wel goed vertrekt. Het gaat hier met kleine stapjes. De jongeren die bij ons komen zijn of autistisch of ze hebben restverschijnselen na een psychose. Dit gaat goed samen in een groep omdat beiden behoefte hebben aan structuur, regelmaat en veiligheid. De overeenkomst is dat ze het contact met de realiteit kwijt zijn. In een psychose hoor je en zie je dingen die er niet zijn. Dit kan ook een voorbode van schizofrenie zijn, maar het kan ook bij die ene psychose blijven. Autisten hebben grote moeite met de wereld om hen heen, ze zijn angstig en kunnen slecht verbanden leggen, bij hen is alles in losse stukken. Als jongeren hier net zijn is het moeilijk voor ze om erover te praten. En praten in een groep is helemaal eng. Maar na zo’n zes weken voelen ze zich veiliger en gaat het hen makkelijker af. Een gemiddeld traject duurt zes tot negen maanden.’

Doelen zijn voor ieder groepslid anders. De sociotherapeuten maken samen met de jongeren een doel voor de week. Aan het einde van de week wordt dit besproken. Bijvoorbeeld als iemand erg geïrriteerd is kan het doel zijn om proberen weg te lopen uit de situatie tot de rust is weergekeerd, in plaats van ruzie te gaan maken. Of als iemand erg veel moeite met spreken heeft wordt er geoefend met het uitspreken van bepaalde woorden. Daarnaast is er ook een groepsproces gaande.

Joreen: ’Je bent eigenlijk de hele dag aan het observeren. Het werk is niet afgebakend en dat maakt het ontzettend leuk. De jongeren leren ook veel van elkaar.’

Bij de Bascule wordt gewerkt met de Non Violent Resistance (dit is een methodiek om agressie op de afdeling te vermijden en om constructiever met cliënten en ouders samen te werken). Wij smeden daarom het ijzer als het koud is. ‘Als iemand gaat schreeuwen zeg je niet ‘hou op met schreeuwen’, maar dan geef je duidelijk en rustig aan ‘wij hier op Atlantis accepteren niet dat er geschreeuwd wordt, we komen hier op een later moment op terug’. Vervolgens pak je de draad van het programma weer op. Je gaat niet in de hitte van de strijd het gesprek aan, want dat werkt escalerend. Als de gemoederen zijn bedaard zijn de jongeren beter in staat om te zoeken naar oplossingen. Wij staan echt naast ze. Wij laten zien dat we samen willen werken. Dat relativeert. Non Violent Resistance bevordert bewustwording. Daar hoop je op. Maar het kan lang duren. Het leukste van mijn werk vind ik om mijn observatievermogen in plannen te verwerken. Elke groep is weer anders. Je moet steeds verschillende doelen bedenken.’

De jongeren hebben regelmatig een afspraak met een behandelaar, o.a. over de voortgang op de groep en indien nodig hebben ze een afspraak met een psychiater. Ook werken ze met vaktherapeuten zoals een creatief therapeut, een spel- of muziektherapeut. Het contact met de ouders of verzorgers wordt verzorgd door de ouderbegeleider.

Joreen: ’Ik zat eerst op de kunstacademie. Daar kwam mijn sociale kant naar boven. Ik maakte voornamelijk maatschappelijk bewogen fotoreportages van mensen. Na een jaar ben ik overgestapt naar HBO verpleegkunde. Daar kun je alle kanten mee op. In het tweede jaar raakte ik geïnteresseerd in de geestelijke gezondheidszorg en psychiatrie. Het leuke van de jeugdpsychiatrie vind ik de mogelijkheden. Volwassenen zijn min of meer uitbehandeld. Voor deze jongeren kun je nog echt het verschil maken. Dat geeft ongelooflijk veel voldoening.’

Om als sociotherapeut in de kinder- en jeugdpsychiatrie te kunnen werken, moet je beschikken over een HBO-opleiding: SPH, HBO-J/IW/V, B-verpleegkundige of een MBO-IW opleiding met ruime ervaring (minimaal 5 jaar), bij voorkeur in de kinder- en jeugdpsychiatrie.

Lees het gehele artikel uit het MediVacature carrièremagazine op de organisatiepagina van Bascule.